maandag 4 juli 2016

Onbewust bekwaam

'Vorige week hebben we het over standbeelden gehad en zoals jullie weten staan standbeelden altijd stokstijf stil'. En dat is wat ik doe, stokstijf stil staan, en afwachten wat er komen gaat. Bij de meeste klassen valt er eerst een stilte, die na verloop van tijd omslaat in geroezemoes. 'Wat moeten we doen, hij is weer een standbeeld'. Het is leuk om te zien wie er het eerste initiatief neemt. Er is altijd wel een durfal die aan mijn arm begint te trekken, of tegen mij begint te praten. Als het eerste schaap over dam is volgen er meer. Maar hoe die schapen lopen verschilt elke les.
In de klas van juf T, neemt de juf zelf het heft in handen en begint mij in verschillende houdingen te zetten en te versieren met allerlei materialen. De leerlingen kijken er lachend naar en vertellen wat zij moet doen. Juf M voelt zich aanvankelijk ongemakkelijk met de situatie. Wat nu te doen, meester Vincent reageert echt niet. Toch komt ook bij haar laag niveau leerlingen het initiatief op gang. Voor ik het weet heeft H mij op de grond  gemanoeuvreerd en ligt hij boven op mij. Hij vindt het een heerlijk spelletje, hij heeft de macht.
De mooiste les komt bij de kleuters van juf S tot stand. Als de kleuters door hebben dat ik weer een standbeeld ben, probeert juf S de les te sturen door te zeggen dat ik misschien wel weer ga bewegen als iemand muziek maakt. Een leuk idee, maar daar stap ik nog niet op in, laat de leerlingen zelf maar met wat komen. Algauw neemt M het voortouw. Hij probeert aan mijn arm te trekken, maar dat helpt natuurlijk nog niet. Ook andere leerlingen doen een poging. Even later zie ik dat juf S en assistente C ook standbeeld zijn geworden. Nu is de klas helemaal de kluts kwijt. 'Wat moeten we doen, ze zijn doen allemaal niets meer!' 'Weet je wat,' zegt M 'ik ga naar de klas van juf S hiernaast. Die weet wel wat we moeten doen'. 'Ik ga mee'. 'Ik ook'. Drie musketiers gaan raad vragen bij de buren en komen even later terug in de klas. 'We moeten ze gaan kietelen zegt juf S, kom op doe mee.' Ik besluit om me nu gewonnen te geven. Genoeg initiatief gezien. Drie standbeelden krijgen de kieteldood en komen weer tot leven.
De dag na deze lessen ga ik naar de introductiedag van de Summer school Ludodidactiek die de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht samen met het hippe game design bedrijf IJsfontein organiseert. Om u even in twee zinnen bij te praten: ludodidactiek gaat uit van de intrinsieke motivatie van kinderen/mensen om spelletjes te spelen. Als je die motivatie kan activeren door in het onderwijs lessen te geven die gebaseerd zijn op spelprincipes, kun je door de hoge motivatie de leerlingen veel, vanuit hun eigen regie, laten leren. Ludodidactiek dus (ludo komt uit het Latijn en betekent spel). Tijdens de dag worden we ingevoerd in de basisprincipes en vliegt het vakjargon mij om de oren. En er worden natuurlijk spelletjes gespeeld. Zo 'leer' ik via een muzikaal spel hoe ik akkoorden moet spelen. Voor mij geen probleem, ik beland moeiteloos in de finale. Die finale spel ik echter met iemand die ervoor nog nooit van akkoorden had gehoord. Het spel heeft hem heel wat kennis bij gebracht.

Op de terugweg vraag ik mij af of mijn standbeelden les nu ook een vorm van ludodidactiek was. Ik denk het wel. De leerlingen waren zeker intrinsiek gemotiveerd, vertoonde eigen initiatief, alleen waren de spelregels niet zo duidelijk. Dat was eigenlijk het spel. Of in termen van de ludodidactiek: de playfullness en de player emotion waren high, maar de core play en de aims of the user waren niet zo duidelijk. De player take away en de rententiewaarde waren daarnaast weer groot. M.a.w. de leerlingen hebben geleerd initiatief te tonen en ze zullen er zeker nog lang over na praten. Ik heb goede hoop dat ik na de summer, een stuk bewust bekwamer weer naar school ga.

dinsdag 21 juni 2016

Tijgerbalsem voor de geest

Het project Bouwparels heeft de school omgetoverd in een kunstwerkplaats. In elke klas staan grote constructies waar door de leerlingen en leerkrachten hard aan gewerkt is. Wigwams van versierde takken, een molen van kartonnen dozen, een toren van houten latten en nog veel meer. In elke klas waar ik kom wordt trots verteld over het kunstwerk van de groep.
Alle kunstwerken worden op 13 juli uitgezet in een kunstroute in de buurt. Enthousiaste buurtbewoners hebben hun voortuin beschikbaar gesteld als tijdelijke expositie plaats. Vele leerlingen,  ouders, buurtbewoners en  hoogwaardigheidsbekleders zullen de kunstroute lopen. Een mooi vooruitzicht.
Op 13 juli nemen we ook afscheid van De Regenboog en de Albert Schweitzerschool en gaan we samen verder als De Parel. De burgemeester komt het nieuwe naambord onthullen. Daarna zal het nieuwe schoollied gezongen worden.
Het lied heb ik met behulp van drie klassen gemaakt. Nadat ik het refrein had geïntroduceerd hebben de klassen tekstregels aangeleverd voor het couplet. Ik heb ze samengevoegd tot twee coupletten. Inmiddels is er een gebarenliedje van het nieuwe schoollied gemaakt en wordt het lied al door heel wat leerlingen meegezongen.
Afgelopen week gaf ik in het teken van het Bouwparels project eigenlijk in alle groepen dezelfde les. Die les begint natuurlijk met het nieuwe schoollied.
Daarna gaat het over standbeelden. Ik laat plaatjes van standbeelden in Haarlem zien en vertel het verhaal van Lourens Janszoon Coster. Vervolgens ben ik een standbeeld en mogen de leerlingen mij beeldhouwen. Ik sta stijf voor de klas en een uitgekozen leerling mag mijn houding bepalen. De eerste beeldhouwer duwt voorzichtig mijn arm omhoog en is snel klaar. Maar al snel hebben de volgende beeldhouwers door dat er veel mogelijk is en sta ik in de meest rare houdingen voor de klas.
Alle klassen vinden dit een leuke opdracht. Van jong tot oud wordt er veel gelachen en zijn de leerlingen betrokken bij de les.
Waarom is deze opdracht en het hele project zo'n succesnummer? Volgens mij heeft dat te maken met de invloed die de leerlingen zelf hebben op het resultaat. Natuurlijk is het leuk om de meester in een rare houding voor de klas te zien staan, maar het is nog leuker als je die houding zelf mag bepalen. Natuurlijk is het leuk om een kunstwerk te maken, maar het is nog leuker als je het samen met je klasgenoten zelf verzint. De lol ligt in het proces en levert een verrassend resultaat op waar iedereen trots op kan zijn. Niet alleen de leerlingen, maar ook ik als een van de aanstichters van die creativiteit, geniet er erg van. Ook al betekent het dat ik hier en daar wat tijgerbalsem smeer om de spierpijn wat te verzachten.

woensdag 15 juni 2016

Van Roodkapje en de zeven dwergen...

Bij de kleuters in de klas van juf S, mogen de twee hulpjes die naast de juf zitten altijd een liedje uitkiezen. Ik heb een groot, opvouwbaar pictobord waarop de leerlingen een picto aanwijzen. Het bijbehorende lied wordt dan gezongen. Dit keer is B aan de beurt en hij kiest het plaatje van de wolf. Ik vraag hem welk liedje er bij deze picto hoort. De meeste klasgenoten beginnen gelijk te fluisteren over Roodkapje, maar B weet het niet. De juf maakt het gebaar van rood, maar er begint bij B geen lichtje te branden. Ik probeer hem op weg te helpen en stel de vraag: 'Gaat het over Sneeuwwitje of Roodkapje?' terwijl ik hem twee vuisten voor hou, links voor Sneeuwwitje, rechts voor Roodkapje. Overtuigd wijst B de linker vuist aan, want het eerste antwoord is altijd goed.
'Oké jongens, zingen jullie mee. Zeg Sneeuwwitje waar ga je hene, zo alleen, zo alleen...' Ik kijk de klas rond en hoor tien stel hersens kraken. Hier klopt iets niet. Autist G zegt: 'Dat is fout meester Vincent, het is Roodkapje.' 'Nou Sneeuwwitje was ook helemaal alleen op weg door het bos. Waar ging ze naar toe?' Overal hoor ik 'grootmoeder' gonzen, maar M heeft het door. 'Naar de zeven dwergen.' 'Zing maar mee: Ze is op weg naar de zeven dwergen, in het bos, in het bos... Waarvoor moet ze oppassen in het bos?' G roept vol overtuiging 'De wolf, de wolf!' 'In dit sprookje komt eigenlijk geen wolf voor', leg ik uit, 'ze moet eigenlijk bang zijn voor de jager.' Nu wordt het G te veel: 'Maar de jager komst alles juist goed maken.' 'In het sprookje van Roodkapje wel, maar in het sprookje van Sneeuwwitje niet. De boze stiefmoeder heeft tegen de jager gezegd dat die Sneeuwwitje moet doden.' 'Maar dat doen jagers toch niet!' G is duidelijk in verwarring. 'Nee, gelukkig doet de jager het ook in dit sprookje niet.' G is al weer wat gerust gesteld.
Het lied ontwikkelt zich steeds verder. Steeds meer leerlingen hebben inmiddels de wisseltruc door. Zo verzinnen we samen: 'Bij de dwergen mag ze wonen, in hun huis, in hun huis', 'Pas maar op voor het appelvrouwtje, pas maar op, pas maar op.' 'In een kistje moet ze liggen, in een kist, in een kist'. Dan vraag ik aan G: 'Wie komt haar wakker kussen?' Ik zie hem denken, en dan zegt hij: 'ik weet het: de prins.' Ook bij hem is het kwartje gevallen.
In het onderwijs is de term opbrengstgericht werken inmiddels gemeengoed. Meten is weten, dus worden allerlei streefdoelen in groepsplannen en ontwikkelperspectieven aangevinkt en afgekaart. Wat is nu de opbrengst van het Sneeuwwitje voorbeeld. Die opbrengst is heel divers. De leerlingen zijn namelijk ook heel verschillend.
Er is een groep leerlingen zoals B, die de hele verwisseling van Roodkapje en Sneeuwwitje niet meekrijgt. Zij genieten van het samen zingen. Een ervaringsgerichte opbrengst. Een ander groep heeft de verwisseling snel door en kan kennis toepassen. Zij kunnen de transfer van Roodkapje naar Sneeuwwitje maken. Een cognitieve opbrengst.
Maar hoe zit  het dan met G? Dat G moeite met de verwisseling heeft valt natuurlijk te verklaren vanuit zijn autisme. Toch valt bij hem uiteindelijk ook het kwartje. Daarmee is zijn autisme natuurlijk niet genezen, dat kan immers niet, maar misschien is er toch ergens een klein deurtje binnen al zijn hokjes in zijn hersenen op een kiertje gezet. Wie zal het zeggen?
Ik had B kunnen verbeteren en tegen hem kunnen zeggen: 'Nee het liedje gaat niet over Sneeuwwitje maar over Roodkapje.' Ik ben blij dat ik het niet gedaan heb. Ondanks dat mijn lesdoel heel ergens anders over ging, zag ik een kans om iets heel anders te bereiken. Iets wat niet in streefdoelen en of ontwikkelingsperspectieven staat omschreven, maar volgens mij behoorlijk opbrengstgericht was. Iets wat het onderwijs, onderwijs maakt.

maandag 6 juni 2016

Schoolreisje

Het is zover: vandaag gaan we op schoolreis! Voor menige school een leuke dag die enige organisatie vraagt, voor onze school een logistieke operatie van jewelste. Het levert een draaiboek van 13 pagina's en de nodige wachttijd op.
De school krijgt het schooreisje aangeboden door het Rode Kruis, met financiële ondersteuning van de Lion's Club. Geweldig dat zij zo onze leerlingen een fijne dag willen bezorgen! Beide organisaties leveren ook de nodige vrijwilligers. Dat komt goed uit, want per anderhalve leerling is er een begeleider nodig. Er moeten namelijk heel wat rolstoelen worden geduwd.
Ik meld mij om kwart over acht in de groep van Meester C. Vrijwilliger B is al ter plaatse, net als assistente D. Al snel komen de eerste opgewonden leerlingen binnen. Juffrouw Spannend arriveert met haar moeder. Ze heeft niet zo goed geslapen. Mevrouw Onrust kan gelijk al moeilijk op haar stoel blijven zitten. Macho S komt kwijlend van plezier het lokaal binnen. Het zijn allemaal meervoudig gehandicapte leerlingen. Ze gaan een dag nieuwe ervaringen tegemoet.
Het 'instappen' van de rolstoelleerlingen in de speciale touringcar duurt wat langer dan het draaiboek voorspelt. Hierdoor wachten we langer, hetgeen de sfeer voor Juffrouw Spannend en mevrouw Onrust er niet beter op maakt. Ook Macho S wordt na enige tijd ongeduldig. Als wij het sein 'instappen' krijgen begeven wij ons opgelucht naar de gereed staande bussen, om vervolgens daar in de rij te wachten tot iedereen op zijn plaats gehesen is. Juffrouw Spannend en Macho S kunnen zelf de hoge instap van de bus niet overbruggen en worden met behulp van vier stevige armen op hun plek gezet. Als iedereen zit wachten we rustig af op het laden van de andere drie bussen. Ruim een half uur na geplande vertrektijd zet de karavaan bussen zich in beweging richting Alphen aan de Rijn. 'Kijk auto', zegt juffrouw Spannend. En inderdaad er rijdt een auto voorbij op de snelweg. We zien ook vliegtuigen bij Schiphol, en een fiets. Hoogtepunt van de busreis is het tellen van de brandweerauto's die voor de kazerne staan. Wat een belevenissen toch allemaal weer.
Hoewel het uitstappen beduidend sneller gaat als het instappen, duurt het toch nog enige tijd voordat elke rolstoel bij de juiste leerling is gearriveerd. Even later komen we allemaal bij het verzamelpunt, alwaar eerst van limonade met koek zal worden genoten. Helaas blijkt het schoolbusje dat deze versnaperingen aan bord heeft de weg kwijt geraakt te zijn, dus we wachten nog even tot zij ook gearriveerd zijn. Na een halfuurtje besluiten we toch maar alvast het park in te gaan, want over tweeëneenhalf uur gaan we alweer terug.
De leerlingen hebben weinig tijdsbesef. Historisch besef is helemaal rudimentair. We maken dan ook een reis van de Romeinen, naar de bronstijd, via de middeleeuwen naar het ijzertijdperk. Het gaat er voor hen niet om iets te leren, maar om speciale zintuigelijke ervaringen op te doen. In het Romeinse badhuis wordt er daarom gelijk flink met water gespetterd. Het gladiatoren amfitheater is leeg, wat ons de gelegenheid geeft zelf door het zand te rollen. Mevrouw onrust loopt rondjes door de arena, Juffrouw Spannend staat bij de ingang  veilig in haar rolstoel te kijken terwijl ik Macho S alle hoeken van de zandbak laat zien. Ieder geniet op zijn eigen manier.
Juffrouw Spannend vindt het maar donker in de prehistorische huisjes, zij blijft liever buiten staan. Bij de derde woning durft zij toch naar binnen en belandt zij in de bronstijd. De bewoner van het bronstijdperk begint een heel verhaal over waarom het stenen tijdperk zo lang duurde en wat de verworvenheden van zijn tijd zijn. Hij heeft niet helemaal door wie hij voor zich heeft. Ik vraag of we het stenen mes en het bronzen zwaardje mogen voelen. Gelukkig mag dat en al voelend komt de geschiedenis een beetje tot leven.
Na een verschoonronde (allemaal even wachten op de rolstoelers die naar het toilet moeten) is het tijd om te lunchen. Meester C is al een hele poos alleen met Mevrouw Onrust op pad, voor haar gaat de rest van de groep veel te langzaam. Ik neem haar van meester C over, hij kijkt mij dankbaar aan. In no time lopen we het hele park door. We struinen huisje in, huisje uit. Zij laat mij hoekjes van het park zien, waar ik mij van af vraag, gezien het hoge brandnetel gehalte, of die ook echt tot de looproute behoren. We staan stil bij de (Middeleeuwse) kippen, verliezen een schoen in de paardenstal en komen zelfs even tot rust bij het kaarsen maken. Vakkundig peutert zij het lontje uit haar net gerolde kaars.
In de bus terug valt Mevrouw onrust zomaar in slaap terwijl Macho S naast haar de ene lachbui na de andere heeft. Voor juffrouw Spannend is het schoolreisje nog lang niet afgelopen, ze ziet al weer een auto.
Je kunt je natuurlijk afvragen of het zinvol is om met deze groep leerlingen naar het Archeon te gaan. Als je doel is om de leerlingen historisch besef bij te brengen, dan is het zonde geld. Maar ga je er vanuit dat je de leerlingen een bijzondere ervaring wilt meegeven, dan hebben de leerlingen die gekregen. En ik ook!

maandag 30 mei 2016

Even slikken

Elke les begin ik in de onderbouwgroep van juf W met een welkomstliedje. In dit liedje krijgt, volgens een schema dat ik in mijn map bij hou, één van de leerlingen de rol om iets voor te doen. De rest van de groep doet dan na wat deze leerling voorzingt en voorspeelt. De klas is altijd nieuwsgierig wie er dit keer aan de beurt is. Ik kijk op mijn lijst en zie dat Dj vandaag de gelukkige is. Ik moet even slikken. Dj is de leerling die afgelopen januari is overleden. Ik overleg met mijzelf of ik dit nu aan de klas moet vertellen of niet. Heel wat ogen kijken mij ondertussen vragend aan. 'Ja jongens, D is eigenlijk vandaag aan de beurt.' 'Dat kan niet, die is dood', zegt J. 'We kunnen toch gewoon haar foto voor in de klas zetten' antwoordt R. Daar is iedereen het mee eens. Juf W pakt de foto en iedereen begint het lied te zingen alsof er niets aan de hand is. Op het moment dat er wordt voor- en nagedaan, neemt juf W de rol van Dj over en doet zachtjes, zoals Dj dat zou hebben gedaan, de voorbeelden. Na afloop zegt ze: 'Ik denk dat Dj ons van boven op haar sterretje heeft horen zingen en heel blij is dat we haar niet vergeten zijn.' We kijken elkaar even aan en slikken nog maar eens. 'Wat gaan we nu doen?' roept R.

We gaan vandaag een machine maken. We hebben vorige week al bewegingen bij verschillende bouwvakkers bedacht. Die bouwvakkers hebben allerlei machines bij zich. De leerlingen komen met een aantal voorbeelden: boormachine, hijskraan, cementmolen... Veel verder komen ze echter niet.
Nu lijkt het mij wel een goed idee om een machine te maken die alles kan. Dan hoeven de bouwvakkers maar even een rondje door de school te gaan met die machine en dan is de verbouwing van de school zo klaar. Dat lijkt iedereen een mooi plan. Enthousiast stapt de eerste leerling naar voren en laat zien hoe hij de graafmachine is. Ritmisch grommend graaft hij met zijn arm in een denkbeeldige berg zand. Gelukkig zit er op de machine een knopje waarmee ik hem aan en uit kan zetten: het puntje van zijn neus. Het knopje werkt goed. De volgende leerlingen sluiten aan, de machine wordt steeds groter. Elke keer bedenken ze weer iets wat er nog aan de machine ontbreekt. Hun fantasie gaat steeds verder. Op het laatst zijn alle leerlingen onderdeel van de machine, die kan graven, boren, verven, cement malen, vloeren walsen en nog veel meer. Alleen Dw heeft nog geen rol. Zij zit gekluisterd in haar rolstoel en kan haar lichaam slecht zelf bewegen. Dw wordt de opzichter. Door haar medeleerlingen aan te kijken zet zij onderdelen van de machine aan en uit. Door samen met juf W haar hand omhoog en omlaag te doen laatzij de machine sneller en langzamer gaan. Ondertussen kan ik bijpassende muziek maken op het keyboard. Iedereen heeft er veel plezier in. Opeens houdt J er mee op. 'Sorry' zegt hij, 'mijn machine zegt ERROR'. Juf W en ik kijken elkaar weer even aan, maar dit keer niet om iets weg te slikken, maar om ons lachen in te houden.

maandag 23 mei 2016

Kosteloos materiaal

In vorige blogs schreef ik al over het project Bouwparels bij ons op school. Naast het buurman en buurman gebarenliedje besteed ik ook op andere manieren aandacht aan het thema bouwen. Met een aantal klassen maak ik vanuit bewegingen van bouwvakkers een bewegingssequens. De kleuters maken een muziekstukje met bouwgeluiden en tijdens de muziekbelevingslessen wordt er gebouwd op muziek. Het mooiste voorbeeld daarvan komt uit de VSO klassen.

In de klas van juf J beginnen we met het zingen van het Buurman en Buurman gebarenliedje. Uit deze klas met laag functionerende leerlingen komt normaal gesproken niet veel terug. Hier en daar een woord van herkenning, af en toe een half meegezongen zinnetje. Vandaag hoor ik T uit volle borst mee zingen. Daar waar hij normaal gesproken zich beperkt tot één of twee woorden per les, hoor ik hem nu het hele lied meedoen. De eerste keer dat ik hem überhaupt hoor zingen. Juf J en ik kijken elkaar aan: de wonderen zijn de wereld nog niet uit.

Na het lied gaan we bouwen. Er is een hele verzameling schoenendozen. Ze staan in  de hoek kosteloos materiaal, maar blijken van onschatbare waarde. Op stoere muziek worden de dozen doorgegeven van leerling naar leerling. Aan het einde van de kring  worden ze opgestapeld tot een hoge toren. Nu kan het merendeel van de groep helemaal niets doorgeven. Daarvoor zijn ze te zeer beperkt. Ondanks dat doet iedereen mee. Ik zit naast V. Als ik de doos krijgt aangereikt, zet ik hem op het tafelblad van haar rolstoel en tel ik '1,2...' waarop V steevast 'Huppakee' zegt. Dat is dan het teken waarop ik de doos door kan schuiven naar T. T schuift met zijn spastische motoriek de doos van zijn blad, waarop juf J hem opvangt en bij M op de rolstoel legt. Iedereen is betrokken, iedereen werkt samen, iedereen heeft plezier.

Als alle dozen op zijn, komt de toren bijna tot aan het plafond. Heel voorzichtig pak ik de onderste doos en probeer de toren omhoog te tillen tot hij het hoogste punt van het lokaal raakt. Dat lukt, maar natuurlijk valt de toren op de terugweg om. Hilariteit alom. C staat op en : 'C ook toren.' Zo ontstaat een nieuwe activiteit waarbij  elke leerling zelf een zo hoog mogelijke toren vast houdt, tot hij omvalt. Ik had het van te voren niet bedacht, het is heerlijk om een kans te grijpen als hij zich voordoet.
Ook bij meester C worden er een toren van schoenendozen gebouwd. Niet alleen de leerlingen, maar ook meester C zelf is er erg trots op. 's Middags krijg ik in de cc een mailtje waarin hij trots verteld over de bouwactiviteiten in de muziekles.






Peppie en Kokkie
Het leukste moment van de dag komt bij G vandaan. Ik vraag aan de haar, terwijl ik een foto aanwijs waarop de directeur en de adjunct-directeur als Buurman en Buurman staan, wie dat zijn. Haar antwoord: Pppp Peppi Kokki!'
Dat zijn van die momenten waarop je weer weken voort kan.






dinsdag 17 mei 2016

Divergente ducttape

Het filmpje van Buurman en Buurman mist zijn uitwerking niet. Het is inmiddels 250 keer bekeken, de directeur kan niet meer door de gangen lopen zonder door de leerlingen begroet te worden met 'Hé buurman!'. Hij is ook spontaan met diëten begonnen, het filmpje was ietwat confronterend.
De groepen gaan ondertussen naar het ABC architectuurcentrum en komen met de mooiste resultaten terug.
Ter inspiratie voor hun bouwwerken krijgen de leerlingen in het ABC eerst een PowerPoint te zien over bijzondere architectuur. Over kubuswoningen en bubbelhuizen. Daarna maken ze via een maquette van Haarlem kennis met een aantal kenmerkende gebouwen in Haarlem en met de plattegrond van de stad.                                          Daarna gaan de leerlingen zelf aan de slag met plattegronden en het maken van een maquette. Met meegebrachte dozen en ander kosteloos materiaal wordt er van alles geconstrueerd. Lang leve de ducttape! Daarmee krijgen ook onze leerlingen alles aan elkaar. De leerlingen laten hun fantasie vrij de loop en de komen met meest fraaie bouwwerken terug naar school. De term divergentie wordt in de praktijk gebracht, geen enkel kunstwerk lijkt op een ander. Huizen met glijbanen naar zwembaden, huizen die hun eigen energie genereren, een politiebureau met antennes en geschutskoepel, een sprookjes huis, drijvende villa's in de vorm van een vlinder, een huis voor een giraffe etc. etc.
In de muziekles leer ik ondertussen het Buurman en Buurman gebarenliedje aan. Het lied valt goed bij elk niveau, een lekkere earwurm. Normaal gesproken had ik nu een filmpje van het lied opgenomen met spraakjuffen A en M. Helaas heeft spraakjuf M afgelopen week afscheid genomen van onze school na 14 jaar trouwe dienst. Om haar enigszins te kunnen vervangen ontstaat het idee om dit keer het lied met de klas van meester J op te nemen. Vol enthousiasme leren ze het lied en gezien de tijd staat het in één keer goed op de film. Via wat digitale ducttape staat er snel een filmpje op YouTube. Ik ben benieuwd welk filmpje uiteindelijk het meest bekeken wordt. Hoe dan ook Bouwparels leeft nu ook bij de leerlingen!